Verstilling

Missen we de rat-race?

Vlak voordat de wereld in lock-down ging zocht ik de stilte op. Ruimte zonder afleiding om te werken aan een boek Focus op Balans. Om me heen zag ik steeds meer mensen omvallen. Ongemerkt waren we slaaf geworden van ons succes, het systeem, van meer, meer en nog veel meer. Ja, er waren enkelen die op de barricade gingen. Door een megafoon riepen ze: ‘stop!’. We hoorden het wel maar luisterden niet. Wat konden wij er immers aan doen? ‘Weet je wel hoe vol de agenda staat? Ik wil wel stoppen maar ik kan het niet.’ En dan volgde een reeks aan redenen waardoor je jezelf er opnieutuigd had, dat het ook echt niet anders kon.

Ik hoor het mijn moeder nog zeggen. Ze heeft een helder moment. We drinken een kopje koffie beneden in het atrium. Ontmoetingsplek van ouders, kinderen en mensen die verzorgd worden in het woonzorgcentrum. Eventjes uit de sleur van de afdeling en de kamer. Eventjes iets anders doen. De wereld is heel klein geworden. De lift naar beneden, het is ver weg van de dagelijkse routine. Daarmee is het net goed. Niet te ver en niet te dichtbij. Ze kijkt me aan, ‘moet je nu echt zo hard werken’, vraagt ze. ‘Kan het echt niet anders?’

Een gedachte die mij deze weken niet loslaat. En het is niet de enige. De gedachten rijgen zich als een ketting aaneen. Het is misschien stil op straat maar niet in mijn hoofd. Het maalt maar door. De ene emotie na de andere. Angst, om hoelang het nog zal duren en of we het wel zullen redden. Opluchting, omdat ik niet meer in de auto hoef te stappen om weer de volgende file in te duiken op weg naar een volgende opdracht. Moe, van het voortdurend online werken. En dan weer angst, over de economische impact. Opluchting, omdat mijn dochter nu online-college volgt en weer terug is op het nest. Moe, maar waarvan? Misschien komt de verborgen moeheid van de afgelopen jaren juist nu naar boven, nu ik iets minder hoef. En zo draaien mijn gedachten in cirkels. Ze houden mij in hun greep en ik laat mezelf gijzelen. Dit is geen leven.

Het moet anders. Echt anders. En het begint bij mijzelf. Een boek, lang geleden gekocht trekt mijn aandacht: De diamant in jezelf. Als de leerling klaar is dient de meester zich aan. Kennelijk ben ik er klaar voor. Ik wil mezelf bevrijden van de rat-race in mijn hoofd. Op één van de eerste pagina’s lees ik: ‘stop’. Stop met denken. En in mijn hoofd zeg ik ‘stop’. Even is er niets. Mijn gedachten zijn met stomheid geslagen. En dan komt de volgende weer op: ‘wat een onzin, met één woord kun je toch nooit je antwoord vinden’, en de molen draait weer op volle toeren.

Ik lees verder en denk aan alle wijze lessen die ik in het verleden al had geleerd. Ik herken de lessen uit de kwantum psychologie, van Wittgenstein en uit NLP. Alle kennis had ik allang in mij, maar ik dacht er niet meer aan. Gewoon vergeten. Kennelijk moet de wereld tot stilstand komen, mijn leven tot stilstand komen om te herinneren wat ik al wist. Stop. Ik ben niet mijn gedachten. Ik kan gedachten immers observeren en beschouwen. Ik ben niet in de greep van mijn emoties. Mijn emoties zijn het gevolg van de gedachten.

Langzaam zie ik mezelf in mijn favoriete theater. Links, boven in de hoek. Geen contouren. Aanwezigheid zonder opgemerkt te worden. Vanuit die hoek kun je de setting beschouwen. Op het toneel bewegen gedachten zich van links naar rechts. Emoties fladderen erom heen. Beneden in de zaal dichtbij het podium staat regisseur Ego. Het meest gebruikte woord: ‘ik’. Ik is geobsedeerd door wat er zich op het podium afspeelt. Ik kijkt niet achterom naar boven. Ik stopt geen moment. Ik gaat door, ook als het moe is. Ik drijft door. Het is de stresskip in mij. Vanuit mijn hoekje bovenin de zaal is het helder te zien. Een rust komt over mij.

De rust is fijn en toch moeten we aan de slag. Online gaat het werk immers door. En nu we aldoor thuis zijn is er ook meer werk. Ander werk. We doen immers alles weer zelf. Dus ‘ik’ komt in beweging. Toveren met woorden vond ik altijd al leuk. Het besef dat je daarmee je zelf vast kunt houden in een illusie, een wereld die niet bestaat, begint langzaam door te dringen.

Op een bepaalde manier ben ik blij met de lockdown. Ik durf het bijna niet hardop uit te spreken maar toch is mijn wereld er overzichtelijker op geworden. Simpeler. Ik denk aan mijn moeder en ben blij dat ze er niet meer is. Blij, omdat ik niet zou weten hoe ik voor haar in deze tijden had moeten zorgen. Zelfs samen een cappuccino drinken in een woonzorgcentrum zou een onmogelijkheid zijn geweest. En ook bij haar zitten terwijl het einde nabij is, zou onmogelijk zijn zonder zelf daarna in volledige quarantaine te moeten. Ik denk aan haar leeftijdgenoten die er nog wel zijn. Welke hel is groter? Die van het virus of de volledige eenzaamheid afgesneden van de weinige mensen die je nog herkent. De wereld was al klein maar wordt nu versneld, heel eenzaam. En in de eenzaamheid kruipt de angst naar boven. Niemand om het aan te vragen. Niemand heeft er nu nog tijd. Teruggeworpen op jezelf begint ook daar de verstilling.

 

Nieuws

Abonneer je op Gail's nieuwsbrief
Klik hier voor Gail's blog!